BNP Paribas: Groepsresultaten per 31 December 2016 - BNP Paribas Belgïe
BNP Paribas in België Nieuws & pers
BNP Paribas BE_Press_Woman reading newspaper_950x230
02/07/2017 - , ,

BNP Paribas: Groepsresultaten per 31 December 2016

Doorsturen naar een vriendDoorsturen naar een vriend PrintPrint

Op 6 februari 2017 onderzocht de Raad van Bestuur van BNP Paribas, onder het voorzitterschap van Jean Lemierre, de resultaten van de groep voor het vierde kwartaal en sloot de rekeningen voor het jaar 2016 af. 

 

STIJGING VAN HET RESULTAAT EN SOLIDE ORGANISCHE GROEI VAN HET EIGEN VERMOGEN

BNP Paribas realiseert dit jaar globaal een goed resultaat, waarmee het de kracht van zijn geïntegreerde en gediversifieerde bedrijfsmodel aantoont.

Het nettobankresultaat bedraagt 43.411 miljoen euro, een stijging met 1,1% in vergelijking met 2015, ondanks de lage rentevoeten en een weinig schragende marktcontext dit jaar. Het omvat dit jaar de uitzonderlijke impact van de meerwaarde uit de verkoop van de effecten Visa Europe voor +597 miljoen euro, evenals de herwaardering van schuld uitgegeven door de groep (‘OCA’) en van het kredietrisico van de Groep vervat in derivaten (‘DVA’) voor -59 miljoen euro (+314 miljoen euro in 2015).

Het nettobankresultaat stijgt met 0,2% in de operationele pijlers en met 0,9% bij constante perimeter en wisselkoers, rekening houdend met een ongunstig wisselkoerseffect. Het daalt met 0,5% in Domestic Markets (1) (-1,2% bij constante perimeter en wisselkoers) door de lagerente-omgeving, het stijgt met 1,2% voor International Financial Services (+2,7% bij constante perimeter en wisselkoers) en daalt met 0,3% bij CIB, maar het stijgt met 1,2% bij constante perimeter en wisselkoers, ondanks een bijzonder moeilijke marktomgeving in het eerste kwartaal van 2016.

De beheerskosten, 29.378 miljoen euro, blijven goed onder controle (+0,4% in vergelijking met 2015). Ze omvatten in totaal voor 749 miljoen euro aan uitzonderlijke elementen (862 miljoen euro in 2015): kosten voor de herstructurering van de acquisities(2) voor 159 miljoen euro (171 miljoen euro in 2015), de herstructureringskosten van CIB voor 395 miljoen euro (0 in 2015), herstructureringskosten voor de bedrijfsonderdelen (3) voor 144 miljoen euro (0 in 2015) en de verplichte bijdrage aan het reddingsplan van vier Italiaanse banken voor 52 miljoen euro (69 miljoen euro in 2015). Ze omvatten geen kosten meer in het kader van het plan ‘Simple & Efficient’ (622 miljoen euro in 2015): overeenkomstig de doelstellingen werden de laatste kosten voor dit plan geboekt in het vierde kwartaal van 2015.

De beheerskosten van de operationele pijlers stijgen met 1,0%: +2,3% voor Domestic Markets (1), +2,3% voor International Financial Services en -1,8% voor CIB. Bij constante perimeter en wisselkoers stijgen ze met 0,5% (4) voor Domestic Markets, met 3,6% (4) voor International Financial Services en met 0,1% voor CIB. Ze omvatten de impact van de nieuwe reglementeringen en de versterking van de compliance, maar profiteren van het geslaagde besparingsplan ‘Simple & Efficient’, waardoor de natuurlijke stijging van de kosten kan worden gecompenseerd, evenals de eerste effecten van het besparingsplan van CIB.

Het brutobedrijfsresultaat van de Groep stijgt zo met 2,6% tot 14.033 miljoen euro. 

De kostprijs van het risico daalt gevoelig met 14,1%, in het bijzonder door de goede beheersing van het risico bij het verlenen van nieuwe kredietlijnen, de lage renteomgeving en de verdere verbetering in Italië. Hij bedraagt 3.262 miljoen euro (3.797 miljoen euro in 2015), dat is 46 basispunten van het volume van de uitstaande kredieten aan klanten. 

Het bedrijfsresultaat van de Groep stijgt met 10,1% tot 10.771 miljoen euro (9.787 miljoen euro in 2015). 

Het niet-operationele resultaat bedraagt +439 miljoen euro (+592 miljoen euro in 2015). Het omvat een uitzonderlijke waardevermindering op goodwill voor -127 miljoen euro (5) [-993 miljoen euro waardeverminderingen op goodwill in 2015 (6)]. Het niet-operationele resultaat omvatte in 2015 overigens de gerealiseerde meerwaarde uit de verkoop van de restparticipatie in Klépierre-Corio voor +716 miljoen euro, een meerwaarde op verwatering door de fusie van Klépierre en Corio voor +123 miljoen euro, en een meerwaarde uit de verkoop van een niet-strategische participatie voor +94 miljoen euro.

Het resultaat vóór belastingen bedraagt zo 11.210 miljoen euro, tegenover 10.379 miljoen euro in 2015 (+8,0%). 

Het nettoresultaat, aandeel van de Groep, bedraagt 7.702 miljoen euro, een stijging met 15,1% in vergelijking met 2015. Exclusief uitzonderlijke elementen (7) bedraagt het 7.802 miljoen euro (+6,3%). De rendabiliteit van het eigen vermogen bedraagt 9,3% (9,4% exclusief uitzonderlijke elementen). De rendabiliteit van het materiële eigen vermogen bedraagt 11,1% (11,2% exclusief uitzonderlijke elementen). De nettowinst per aandeel bedraagt € 6,0.

Per 31 december 2016 bedraagt de Common Equity Tier 1-ratio Bazel 3 fully loaded (8) 11,5%, een stijging met 60 basispunten in vergelijking met 31 december 2015, wat de stevige vorming van eigen vermogen van de Groep aantoont. De hefboomratio Bazel 3 fully loaded (9)  bedraagt 4,4% (+40 basispunten tegenover 31 december 2015). De liquiditeitsratio (‘Liquidity Coverage Ratio’) bedraagt dan weer 123% per 31 december 2016. De onmiddellijk beschikbare liquiditeitsreserve van de Groep, ten slotte, bedraagt 305 miljard euro (266 miljard euro per 31 december 2015). Dat betekent meer dan een jaar manoeuvreerruimte in vergelijking met de marktfinanciering.

Het boekhoudkundige nettoactief per aandeel bedraagt 73,9 euro, wat overeenkomt met een gemiddelde groeivoet op jaarbasis van 6,2% sinds 31 december 2008. Dit illustreert het vermogen om over de hele duur van de cyclus waarde te creëren. 

De Raad van Bestuur zal de algemene aandeelhoudersvergadering voorstellen een cashdividend uit te keren van € 2,70 per aandeel, dus een uitkeringspercentage van 45%, zoals het plan beoogt.

De Groep implementeert actief het herstelplan waartoe is beslist in het kader van het globale akkoord met de Amerikaanse overheid en versterkt verder zijn interne controle en compliance.

Het goede globale resultaat van de Groep dit jaar illustreert het succes van het ontwikkelingsplan 2014-2016. De gemiddelde groei van de inkomsten bedraagt 4,0% per jaar over de periode en het doel voor de rendabiliteit van het eigen vermogen van 10%, berekend op basis van een CET1-ratio van 10%, werd overtroffen (10) .

De Groep stelt de grote lijnen van zijn ontwikkelingsplan 2017-2020 voor. Voortbouwend op de sterkte van het geïntegreerde en gediversifieerde model en rekening houdend met de wettelijke verplichtingen die tijdens de periode blijven toenemen, wil hij aan de bank van morgen bouwen door de bedrijfsonderdelen verder te ontwikkelen en een ambitieus programma te implementeren met het oog op een nieuwe klantenervaring, een digitale transformatie en besparingen, . Zo is het doel tegen 2020 een gemiddelde groei van het nettoresultaat te behalen van meer dan 6,5% per jaar, een CET1 van 12% (11) en een rendabiliteit van het eigen vermogen van 10%.

In het vierde kwartaal van 2016 boekt de Groep een heel goede prestatie. Het nettobankresultaat bedraagt 10.656 miljoen euro, een stijging met 2,0% tegenover het vierde kwartaal van 2015. Het omvat de uitzonderlijke impact van de herwaardering van schuld uitgegeven door de groep (“OCA”) en van het kredietrisico van de groep vervat in derivaten (“DVA”) voor -18 miljoen euro (+160 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015).

Het nettobankresultaat van de operationele pijlers stijgt met 2,8% tegenover het vierde kwartaal van 2015. Het daalt bij Domestic Markets (12) (-1,0%) door de laag blijvende rentevoeten, maar stijgt voor International Financial Services (+3,1%) en stijgt gevoelig bij CIB (+8,0%), dankzij de gunstige marktcontext. Het wisselkoerseffect is dit kwartaal verwaarloosbaar.

De beheerskosten bedragen 7.444 miljoen euro en stijgen slechts 0,5% tegenover het vierde kwartaal van 2015. Ze omvatten in totaal voor 342 miljoen euro aan uitzonderlijke elementen (355 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015): kosten voor de herstructurering van de acquisities (13) voor 48 miljoen euro (54 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015), de kosten van het herstructureringsplan van CIB voor 98 miljoen euro (0 in het vierde kwartaal van 2015), herstructureringskosten voor de bedrijfsonderdelen (14) voor 144 miljoen euro (0 in het vierde kwartaal van 2015) en de verplichte bijdrage voor de redding van vier Italiaanse banken voor 52 miljoen euro (69 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015). Ze omvatten geen herstructureringskosten meer in het kader van het plan ‘Simple & Efficient’ (232 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015).

De beheerskosten stijgen met 3,0% voor Domestic Markets (12), maar dalen met 0,5% exclusief impact van de uitzonderlijke elementen (15) dankzij de effecten van de kostenbesparingsmaatregelen. Ze stijgen met 3,2% voor International Financial Services in verband met de ontwikkeling van de bedrijfsonderdelen en dalen met 3,2% voor CIB dankzij het effect van het kostenbeheersingsplan en ondanks de vooruitgang van de activiteit. 

Het brutobedrijfsresultaat van de Groep stijgt zo met 5,6% tot 3.212 miljoen euro. 

De kostprijs van het risico daalt met 1,9% in vergelijking met het vierde kwartaal van 2015. Hij komt op 950 miljoen euro (968 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015).

Het niet-operationele resultaat bedraagt +5 miljoen euro (-502 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015, toen het in het bijzonder voor -993 miljoen euro (16) uitzonderlijke waardeverminderingen op goodwill en de meerwaarde uit de verkoop van de restparticipatie in Klépierre-Corio voor een totaal bedrag van 352 miljoen euro omvatte).

Het resultaat vóór belastingen bedraagt zo 2.267 miljoen euro, tegenover 1.473 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015 (+53,9%). 

Het nettoresultaat, aandeel van de Groep, bedraagt 1.442 miljoen euro (665 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015). Exclusief het effect van de uitzonderlijke elementen (17) bedraagt het 1.814 miljoen euro, een stijging met 14,3% tegenover hetzelfde kwartaal vorig jaar. 

(1)Inclusief 100% van de privébanken van de thuismarkten (exclusief PEL/CEL-effecten)
(2)LaSer, Bank BGZ, DAB Bank en GE LLD
(3)BNL bc (50 miljoen euro), retailbank in België (RBB) (80 miljoen euro), Institutioneel en Privébeheer (7 miljoen euro), andere activiteiten (7 miljoen euro)
(4)Exclusief uitzonderlijke kosten
(5)Volledige waardevermindering op de goodwill van BGZ 
(6)Waarvan volledige waardevermindering op de goodwill van BNL bc: -917 miljoen euro
(7)Effect van de uitzonderlijke elementen na belastingen: -100 miljoen euro in 2016, -644 miljoen euro in 2015
(8)Ratio rekening houdend met alle regels van CRD4 zonder overgangsmaatregelen
(9)Ratio rekening houdend met alle regels van CRD4 tot 2019 zonder overgangsmaatregelen, berekend overeenkomstig de gedelegeerde verordening van de Europese Commissie van 10 oktober 2014
(10)10,3% rendabiliteit van het eigen vermogen in 2016 (exclusief uitzonderlijke elementen) op basis van een CET1-ratio van 10%.
(11)Bij constant juridisch referentiekader
(12)Inclusief 100% van de privébanken van de thuismarkten (exclusief PEL/CEL-effecten)
(13)LaSer, Bank BGZ, DAB Bank, General Electric LLD
(14)BNL bc (50 miljoen euro), retailbank in België (RBB) (80 miljoen euro), Institutioneel en Privébeheer (7 miljoen euro) en andere activiteiten (7 miljoen euro)
(15)Herstructureringskosten van BNL bc en de retailbank in België (RBB) voor een totaal van 130 miljoen euro (20 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015) en verplichte bijdrage van BNL bc voor de redding van 4 Italiaanse banken voor 47 miljoen euro (65 miljoen euro in het vierde kwartaal van 2015)
(16)Waarvan volledige waardevermindering op de goodwill van BNL bc: -917 miljoen euro 
(17)Effect van de uitzonderlijke elementen na belastingen: -372 miljoen euro in K4 2016 (-922 miljoen euro in K4 2015)

Bertrand Cizeau
Tel : +33 (0)1 42 98 33 53
bertrand.cizeau@bnpparibas.com

Julia Boyce
Tel : +33(0)1 43 16 82 04
julia.boyce@bnpparibas.com